De schaakklok

De schaakklok is een apparaat waarmee gezorgd wordt dat beide spelers even veel bedenktijd hebben. De schaakklok heeft twee uurwerken, waarvan er om de beurt eentje loopt. Voor het begin van de partij wordt de klok voor beide spelers ingesteld op een bepaalde tijd, bijvoorbeeld 5 minuten, 10 minuten of een uur. Als de partij begint gaat de tijd van wit lopen (want wit begint bij het schaken!). Zodra hij een zet doet drukt hij de klok in en is de beurt aan zwart. Dan stopt het uurwerk van wit met lopen, en begint die van zwart te tikken. Zodra hij zijn zet heeft bedacht drukt hij weer de klok in, en zo gaat dat heen en weer. Als de tijd van een van de spelers op is, voordat de partij is afgelopen, heeft de speler die geen tijd meer heeft verloren.

De analoge schaakklok

analoge schaakklok
Een houten analoge schaakklok.

De analoge schaakklok heeft twee wijzerplaten en lijkt op twee gewone klokken naast elkaar. Hij wordt van hout of plastic gemaakt. Hij werkt als volgt: vlak voor de 12 hangt een stukje dat we de "vlag" noemen. Als de minutenwijzer (de lange dus) voorbij de 11 komt gaat hij de vlag langzaam omhoog duwen. Precies op het moment dat de lange wijzer op de twaalf komt valt de vlag van de wijzer, als teken dat de tijd op is. Hier komt ook de uitdrukking "iemand door de vlag jagen" vandaan, wat dus winnen op tijd betekent. De analoge klok werkt met een ronde veer, dus je zal hem af en toe moeten opdraaien om te zorgen dat hij het doet, dan kan hij er weer een aantal partijen tegenaan. Het is dus raadzaam om voor de partij begint even te checken of er spanning op de veer staat.

De digitale schaakklok

digitale schaakklok
Een digitale schaakklok.

De digitale schaakklok heeft twee digitale displays waarop de tijd staat afgebeeld. Als de tijd langer dan twintig minuten is wordt alleen de minuten getoond, is de tijd korter, dan worden ook de seconden weergegeven. Het instellen van de klok gaat met knoppen onder de displays. Je kunt vaak kiezen uit voorgeselecteerde instellingen. Deze kan je vinden onderop de klok. Daar zit ook de uit en aanknop.

De digitale schaakklok heeft als voordeel dat hij wat preciezer is dan de analoge. Bij een analoge klok is het lastiger in te schatten hoeveel tijd je nog hebt als je maar een paar minuten hebt. Bij de digitale klok weet je het op de seconde precies. Bovendien tikt een digitale klok niet, dus is het wat stiller. Ook heeft de digitale klok meer verschillende opties om hem in te stellen. Daarover vind je hieronder meer.

Belangrijke spelregels met betrekking tot de klok

Er zijn enkele regels verbonden met de klok die handig zijn om te weten. Ik zal ze hier even sommeren.

Speeltempo's

Je kunt in principe op elk tempo spelen dat je wilt, maar enkele veelgebruikte tempo's zijn toch ingedeeld in categoriën (elke keer in p.p.p.p (per persoon per partij)):

Guillotine

Ik zal deze term gelijk uitleggen. Als er met guillotine gespeeld wordt wil dit zeggen dat een X aantal zetten moet doen in Y tijd. Als je dat hebt gehaald, krijg je er nog meer tijd bij. Bij toernooien krijg je bijvoorbeeld vaak 2 uur voor 40 zetten, en een half uur voor de rest. Dat wil dus zeggen dat als je 40 zetten red binnen de twee uur, dat je er nog een half uurtje bij krijgt. Bij grootmeester toernooien zijn er soms zelfs twee guillotines, bijvoorbeeld 2 uur voor 40 zetten, dan 1 uur voor 20 zetten, en een half uur voor de rest. Een partij kan dan dus wel 7 uur duren!

Je vraagt je je misschien af hoe dat dan werkt met de klok. Dat is niet zo moeilijk. Je speelt gewoon totdat één van de vlaggen valt. Heb je dan 40 zetten gehaald, dan krijg je er nog tijd bij. De digitale klok doet dit automatisch (je kan hem met guillotine instellen). De digitale klok zet een minnetje bij de klok die als eerste is gevallen. Als er genoeg zetten zijn gespeeld, kan je dit minnetje dus negeren. Een analoge klok zal je zelf even moeten terugdraaien. Je doet dat op het moment dat de eerste vlag valt. Op dat moment krijgen beide spelers er een half uur bij.

Fisher tempo

Het Fisher tempo is bedacht door de bekende amerikaanse schaker Bobby Fisher. Het idee is dat je elke zet er een bepaalde hoeveelheid tijd bij krijgt, bijvoorbeeld 10 of 30 seconden. Je hebt dan bijvoorbeeld een tempo van 2 uur plus 30 seconden per zet. Dit is uiteraard alleen te doen met een digitale klok, die dit automatisch kan. Je ziet dit tempo steeds vaker bij toernooien. Je ziet het ook wel eens in combinatie met een guillotine.