Strategie bij schaken


Strategie

Strategie is na tactiek het belangrijkste element van schaken. Een schaker moet na het leren van de regels eerst werken aan tactiek, om zijn spel te verbeteren. Zodra hij over een goede tactiek beschikt kan hij al heel redelijk schaken. Daarna is het nuttig om aan strategie te gaan werken.

Strategie heeft te maken met het begrijpen van een stelling. Door de aspecten van een positie te zien kun je een passend plan bedenken. Dit is precies waar tactiek ophoudt. Een truukje is leuk, en zal regelmatig de partij beslissen, maar als er geen truukjes in de stelling zitten, moet je een plan hebben en hier aan werken.

Er zijn veel aspecten van een stelling, en het is belangrijk om deze te kennen, en te weten wat de voordelen en nadelen er van zijn. Door deze voor en nadelen te kennen kun je beslissingen nemen, zodat je de voordelen kan gebruiken, en de nadelen van de tegenstander kan misbruiken.

De aspecten van een positie zijn op te delen in 2 categorieën: statisch(langdurig) en dynamisch(kortdurig).

Statisch: Materiaal Ruimte Lopers en paarden Pionstructuren Lijnen en velden

Dynamisch: Ontwikkeling Initiatief

Hierbij is materiaal erg vanzelfsprekend en zal niet dieper worden behandeld dan in de regels. De andere onderwerpen zal ik in dit deel behandelen.