Strategie bij schaken

Laatst aangepast op .

Strategie is een belangrijk onderdeel van schaken dat zich op de langere termijn afspeelt. In het middenspel wil je een zo goed mogelijke stelling krijgen. Het verbeteren van je stelling staat centraal bij strategie.

Oordeel en plan

Bij strategie komen twee belangrijke vaardigheden kijken. De eerste is het beoordelen van een stelling. In elke stelling moet je leren de belangrijke kenmerken van een stelling te benoemen. Op basis van deze kenmerken maak je een oordeel van de stelling.

Er zijn twee bekende manieren waarop we de kenmerken van een stelling benoemen: Met de elementen van Steinitz of de onbalans (Engels: imbalances) in de stelling (zoals in de boeken van Jeremy Silman). Beide aanpakken werken goed, al geef ik een lichte voorkeur aan de iets modernere en compacte methode van onbalans in de stelling:

  1. Superioriteit van lichte stukken (het spel tussen paarden en lopers).
  2. Pion structuur (vaak geeft de pionstructuur aan wat een goed plan zou kunnen zijn).
  3. Ruimte (het beheersen van gebieden van het schaakbord).
  4. Materiaal (is simpelweg erg doorslaggevend bij schaken).
  5. Het beheersen van belangrijke velden, lijnen of diagonalen.
  6. Ontwikkelingsvoorsprong (en meer stukken hebben op een bepaald gedeelte van het bord).
  7. Initiatief (wie dicteert het tempo van een partij).

Bij deze lijst die Silman voorstelt moet ik 1 gebrek opmerken: de veiligheid van de koning is altijd een relevant aspect om goed te bekijken, en deze vormt voor mij dus een onmisbare nummer 8.

Altijd als ik een nieuwe stelling zie, en er is niet direct een opvallende tactiek aanwezig, probeer ik de stelling te begrijpen door deze onbalansen op te noemen. Dit is een zeer nuttige oefening om de basis van elke stelling te begrijpen.

Door deze onbalansen voor beide kanten op te noemen kunnen we een goed oordeel maken van een stelling. Dit oordeel vormt de basis voor de tweede vaardigheid: het maken van een plan. Een algemene aanpak die goed werkt is:

  1. Benoem de kenmerken (onbalansen) voor beide kanten.
  2. Bedenk aan welke kant van het bord je wil spelen (de koningsvleugel, damevleugel of het centrum).
  3. Bedenk een fantasie-stelling waar al je stukken op de perfecte velden naar keuze zouden staan, zonder over zetten na te denken
  4. Ga nu bedenken of die fantasie stelling realistisch haalbaar is.
  5. Nu zou je inspiratie moeten hebben voor een of meer kandidaatzetten. Deze kan je vervolgens berekenen door na te gaan hoe zwart zal reageren op jouw zetten.

Deze twee vaardigheden leer en oefen je door te kijken naar voorbeeldpartijen met vragen en soms oefeningen. Dit gaat vaak het beste met een schaakbord erbij, want zo ben je actief bezig en leer en onthoud je de onderwerpen beter. Er zijn vooorbeeldpartijen die deze twee vaardigheden trainen.

Strategische motieven

Hier staan een aantal strategische motieven die je arsenaal aan strategische ideeen uit zullen bereiden. Door deze voorbeeldpartijen na te spelen, het liefste met een bord of schaakprogramma erbij, kan je je strategische kennis en vaardigheid veel verbeteren.

Stuk buitenspel

Als een stuk niet mee doet in de strijd, of ver verwijderd is van de actie, staat het stuk als het ware buitenspel. Het is dan alsof een schaker een stuk meer heeft, wat vaak strategisch beslissend is bij een aanval of een eindspel.

Goed paard tegen slechte loper

Het verschil tussen paarden en lopers is vaak erg belangrijk. Hier kijken we naar situaties waar een goed paard een slechte loper domineert. Je leert hoe je dit soort stellingen kan bereiken en hoe je deze strategie tot de winst moet spelen.

Goede loper tegen slechte loper

Op een soortgelijke manier als het vorige strategie onderdeel kan een goede loper soms genoeg zijn om een slechte loper te domineren.

Ongelijke lopers in het middenspel

We spreken over ongelijke lopers als de ene speler een loper op de lichte velden heeft, en de andere speler zijn loper op de donkere velden. In een middenspel (dus met nog een redelijk aantal stukken op het bord) geven ongelijke lopers vaak goede aanvalskansen. De velden die door de ene loper worden aangevallen kunnen niet worden verdedigt door de andere loper. Met deze strategie kan je dit type stelling met ongelijke lopers bereiken en benutten door een sterke aanval te bouwen.

De pion meerderheid op de damevleugel

Een pion meerderheid op de damevleugel geeft soms de kans om een vrijpion te maken. Als de speler van deze strategie op de juiste manier gebruik van maakt kan dit een nuttig wapen zijn.

Schrijf je in om nieuwe schaakartikelen over strategie te ontvangen.