Goed paard tegen slechte loper, de lezer aan zet!

Laatst aangepast op .

Bij deze schaakles ben ik op zoek naar wat interactie. Ik ga een lastige stelling aan je voorleggen. Het is een overduidelijk goed paard slechte loper eindspel waarin deze keer zwart aan de goede kant zit. Het is echter niet zo duidelijk hoe zwart verder moet gaan. Kijk maar eens naar de stelling.

goed paard vs slechte loper(1) Hoe gaat zwart verder?

Hoewel het paard duidelijk sterker is dan de loper, is de rol van de zwarte koning niet echt duidelijk. Zwart kan niet veel nuttigs met de koning doen. Hij bedenkt echter een plan waardoor het paard toch de held van de dag is. Probeer te bedenken welke zet zwart hier speelde, en wat het idee er achter is.

Welke zet speelt zwart?

Zwart speelt de zet: 1...f4! Als wit slaat verwoest dat niet alleen de pionstructuur van wit, maar er is nog iets aan de hand. Zwart heeft het veld f5 vrijgemaakt voor de koning of het paard (met de maneouvre Pd6 Pf5). Dit idee om een veld leeg te maken voor een ander stuk wordt ook wel ruimen genoemd, en is ook een tactisch thema (denk bijvoorbeeld aan een veld ruimen om daarna op dat veld met een ander stuk een dubbele aanval, penning of röntchenaanval te doen). In deze partij is het echter een positioneel idee, en als je deze zet gevonden hebt, gefeliciteerd! Maar ik ben nog niet tevreden, want we zijn er nog niet. Wit kan hier natuurlijk nemen met 2. gxf4, of hij kan een andere zet spelen. We weten inmiddels wel zwart zijn idee, maar het is een zeer goede training om ook een beetje te rekenen. Wil je dus echt leren, pak dan een schaakbord en zet de stelling op, en probeer beide mogelijkheden eens goed te analyseren. Ben je een zeer gevorderde speler, dan kan je het ook uit je hoofd proberen. Als je denkt dat je een aardig idee hebt van hoe het verder kan gaan, ga dan verder met dit artikel.

Wit slaat: 2. gxf4

schaakstelling(2) wit slaat met gxf4.

2...Pd6! 3.f3 gxf3 4.Ke3 Pf5+ 5.Kxf3 Pxd4+ 6.Kg4 Pxb3

En na deze zetten is de vrijpion op b4 is beslissend.

schaakstelling(3) de vrijpion is beslissend.

Zwart gaat voor de h-pion met Pd6! Wit moet kiezen of hij de h-pion redt met f3. Hierdoor verliest hij echter wel de d en b-pion, wat fataal lijkt. Doet hij dit echter niet, dan wint zwart de h-pion en zal zijn eigen h-pion beslissend zijn in de volgende lijn:

2...Pd6! 3.Ld2 Pf5 4.h5 Kf6 5.Le1 Kg7 6.Ld2 Kh6 7.Le1 Kxh5

schaakstelling(4) zwart zijn h-pion wint.

So far so good, maar wat als wit niet slaat?

Wit is natuurlijk niet verplicht te slaan, en dit is ook wat in de partij gebeurde. Maar het plan van zwart blijft hetzelfde, en al snel zien we een thema dat we eerder hebben gezien:

2. Ke2 Pd6 3. Kd3 Pf5

En ineens zit wit in zetdwang!

schaakstelling(5) zetdwang!

De koning zit vast aan de verdediging van d4, en de loper moet op e1 blijven omdat g3 twee keer staat aangevallen. De zetten die over blijven zijn exf4 en dan valt h5 meteen. Daarom probeerde wit de enige andere optie: h5.

4. h5 fxg3 5. fxg3 Kf6 6. h6 Kg6 7. Ld2 Pxg3

En dan ... Heb je deze zet bij je analyse aan zien komen? ... Het onverwachte: 8. Lxb4. Wit offert zijn loper voor een verre vrijpion. De vraag is: Heeft zwart iets gemist en heeft hij geblunderd, of komt het paard op tijd en is dit gewoon wanhoop van wit? Probeer het eerst weer zelf te berekenen!

schaakstelling(6) 8. Lxb4, briljant of wanhoop?

8...axb4 9. a5 Ph5 10. Ke3 (10. a6 Pf4+ 11. Ke3 Pe6 12. a7 Pc7) 10... Pf6 11. Kf4 Kxh6 12. a6 Pd7 13. a7 Pb6 14. Kxg4 Kg6

Het bleek dus wanhoop te zijn. Het paard komt net op tijd, en het resulterende eindspel is een simpele winst voor zwart.

schaakstelling(7) Nu is de winst eenvoudig.

Dit was volgens mij best een lastig voorbeeld. De beginstelling was wel erg goed voor zwart, maar het was niet makkelijk het goede plan te vinden. De sleutel lag in het veld f5, waar het paard een dominerende functie had. Als je alle voorbeelden tot nu toe heb gevolgd en begrepen, dan zal je zeker vol vertrouwen zijn als je zelf dit type eindspel op het bord krijgt! In de volgende voorbeelden wordt ook gekeken hoe je zo'n stelling kan bereiken.

Goed paard tegen slechte loper voorbeeld van Leko