Strategie met een sterk paard in de Franse schaakopening

Laatst aangepast op .

We hebben nu een aantal voorbeelden gezien met een goed paard tegen slechte loper eindspel, en hebben hopelijk inmiddels een aantal ideeën hoe je zo'n eindspel aan moet pakken. Een dergelijk eindspel is dus vaak genoeg om het volle punt binnen te spelen. Een belangrijke vraag blijft echter: Hoe bereik ik zo'n stelling? Je tegenstander gaat natuurlijk niet zo maar meewerken en zal vaak zijn slechte loper snel proberen te ruilen. Daarom gaan we nu naar een hele partij kijken waarin niet een eindspel met goed paard slechte loper wordt bereikt, maar dit wel de doorslaggevende factor wordt in het middenspel.

Natuurlijk kan je dit thema niet in elke game krijgen, al zie je wel vaker de mogelijkheid als je je bewust ben van de mogelijkheid. Een typische opening waarin zwart accepteerd dat hij een slechte loper krijgt is de franse opening waar zwart zijn pionnen zet op e6 en d5. Hierdoor wordt zijn lichte loper op c8 een slechte loper, en vaak probeert zwart deze loper snel af te ruilen. In andere gevallen probeert zwart ondanks zijn slechte loper op andere manieren kansen te creëeren, met name door druk te zetten op het centrum van wit, die vaak pionnen op d4 en e5 heeft. De typische pionstructuur van de Franse schaakopening zie je in diagram (1).

pionstructuur van de Franse schaakopening(1) typische pionstructuur van de Franse opening

Op basis van de pionstructuur kun je altijd veel zeggen, en de richting van je pionketen zegt vaak aan welke kant van het bord je moet spelen. Bij deze pionstructuur zul je dus vaak zien dat wit op de koningsvleugel speelt en probeert daar aan te vallen, terwijl zwart probeert op de damesvleugel tegenkansen te creëeren, en vaak ook het witte centrum aan te vallen met zetten zoals c5 en f6.

In deze partij van Leko - Volkov zien we een variant waarin wit bewust zijn centrumpionnen op d4 en e5 opgeeft, maar hij houdt wel de controle over deze velden. Op deze manier probeert hij de lichte loper van zwart slecht te houden, terwijl vooral e5 als sterk veld kan dienen voor een wit paard. Let's take a look!

1. e4 e6 2. d4 d5 3. Pc3 Pf6 4. Lg5 Le7 5. e5 Pfd7 6. Lxe7 Dxe7

loperruil(2) Wit ruilt zijn slechte loper voor de goede loper van zwart.

Veel spelers die het Frans met zwart spelen, spelen Le7 na Lg5. Ik vind dit persoonlijk best vreemd, omdat de donkere loper vaak zwarts beste stuk is, waarmee hij het centrum van wit aan gaat vallen, maar nu ruilt hij de loper na zes zetten al voor de slechte loper van wit. Wit heeft zijn pionnen op donkere velden, dus wit vindt het totaal niet erg om zijn slechte loper te ruilen voor de goede van zwart.

7. f4 O-O 8. Pf3 c5 (8... Db4 9. a3 Dxb2 10. Pa4 En de dame staat ingesloten) 9. dxc5 Pc6 10. Ld3 f5 (Forceert wit zijn laatste centrumpion op te geven.) 11. exf6 Dxf6 12. g3

loperruil(3) Zwart probeert terug te vechten voor de controle van het centrum.

Hoe hard zwart ook vecht voor het centrum, wit houdt de controle over de donkere velden, d4 en e5 in het bijzonder. De laatste zet g3 is tekenend, wit verstevigt rustig zijn stelling en vergroot de controle op de donkere velden. Merk op dat als wit kort rokeert je zou denken dat de witte koning wat zwak is, maar zwart kan hier geen misbruik van maken omdat zijn loper geblokkeerd wordt door de e6 pion. De controle van wit op de donkere velden vergroot dus zijn mogelijkheden.

12...Pxc5 13. O-O Ld7 14. Dd2 Tad8 15. Tae1 (Houdt de focus met name op e5) Le8 16. a3

donkere velden(4) Wit heeft een enorme controle over de donkere velden.

Ik zal als eerste zeggen dat wit totaal niet bang is na Pxc5 voor Pxd3. Zwart verliest dan alleen maar nog een stuk waarmee hij de donkere velden aan kan vallen. Zwart heeft inmiddels zijn loper omgespeeld, en staat op het punt om Lh5 te spelen, om te proberen de loper voor het belangrijke paard op f3 te ruilen. Op de laatste zet van wit speelt Leko echter a3, een zet die helemaal niets lijkt te doen! Waarom speelt hij niet meteen Pe5!

De zet a3 doet een aantal dingen, ten eerste zet het nog een pion op een donker veld, en pakt het de controle over nog donker veld (b4). Maar ook is het een soort wachtzet. Laten we de twee mogelijkheden voor zwart bekijken. Op Lg6 ruilt wit de lopers, speelt Pe5 en na Pxe5 Txe5 houdt wit goede druk op e6. Zwart zal dan de rest van de partij moeten verdedigen, en wit heeft genoeg druk dat de kans groot is dat hij verliest. Volkov koos dus voor Lh5.

16...Lh5 17. Pe5 Pxe5 18. Txe5 Lg4

donkere velden(5) Na Lg4.

Wit vindt het niet erg dat er wat stukken van het bord zijn. Met minder stukken worden de problemen van zwart alleen maar duidelijker. Zwart heeft zijn loper inmiddels op g4 gezet. De loper kan misschien vervelend zijn, maar de volgende zet van wit bewijst dat de loper hier misplaatst is. Het is een absoluut briljante zet van Leko, probeer hem eens zelf te bedenken voor je verder kijkt.

19. Dg2!

Dg2(6) Dg2!

Dg2 is een schitterende zet. De directe dreiging is 20. h3 (Lh5 21. g4!) Lf5 21. Lxf5 vernietigt de zwarte structuur en de pion op d5 valt. Zwart wordt dus verplicht tot Pxd3 en wit bereikt geforceerd de goed paard tegen slechte loper situatie. Zo ging het verder:

Tc8 20. h3 Pxd3 21. cxd3 Lf5 22. Tf3

Schaakopstelling met een toren op f3(7) Na Tf3 ziet het er niet best uit voor zwart.

Ik heb met wat pijlen aangegeven hoe wit zijn stelling gaat verbeteren. Het mag duidelijk zijn dat wit een geweldige positie heeft. Zwart had dit natuurlijk ook wel door en probeert de stelling te compliceren met d4.

22...d4 23. Pb5 Tc1+ 24. Kh2 Td8 25. Dd2 (Dwingt de toren een keuze te maken) Ta1 26. g4 Lxg4 (26... Lg6 27. De2! Lf7 28. f5) 27. hxg4 Dh4+ 28. Th3 Th1+

Drie pionnen ruilen voor een stuk(8) Een fraaie tactiek om drie pionnen voor het stuk te ruilen.

Grootmeesters kunnen goed vooruitdenken, en Volkov heeft een manier gezien om drie pionnen voor een stuk te winnen, maar is het genoeg om terug in het spel te komen?

29. Kxh1 Dxh3+ 30. Kg1 Dxg4+ 31. Dg2 Dxf4 32. Dg5 Df8 33. Txe6 Tc8 34. Pd6

Sterk paard(9) Het paard is een octopus.

Het paard is supersterk en beslissend. Je noemt het paard een octopus als het 8 belangrijke velden beheerst. Het paard valt de toren aan (en de toren kan niet schaak geven op c1, want dit veld wordt gedekt door de dame!) en deze kan niet van de 8e rij, want dan komt Te8 met damewinst. En alsof dat nog niet genoeg is kan het paard naar sterke velden c4 en e4, en zou hij ook niet verkeerd staan op f5. Zwart bezweek onder de druk en speelde foutief h6 om de dame weg te jagen, maar miste de truuk die wit achter de hand had:

34...h6 35. Dd5

Sterk paard(10) Een laatste truuk.

De truuk is nu uiteraard dat op 35...Tc1+ 36.Te1+ met schaak is van de dame, en wit wint de toren. Ook is er gewoon de dreiging Txh6. Zwart speelde nog 35...Kh8 maar na 36. Pxc8 kon zwart niets anders dan opgeven.

Een positioneel meesterwerkje van Leko. Hij heeft de hele partij met een duidelijk plan gespeeld, en zelfs toen zwart een redelijke manier vond om de stelling flink te compliceren, heeft hij goed gezien dat het paard uiteindelijk beslissend zou zijn.

Goed paard tegen slechte loper voorbeeld van Polgar