Niveau 1


Introductie

Dit is het begin van de training, dus maar eerst een introductie over schaken. Schaken is een bordspel waarin twee legers (de stukken) van gelijke grootte de strijd aangaan. Je doet om de beurt een zet en door je stukken goed te gebruiken kan je de tegenstander uitschakelen. Uiteindelijk is het doel de koning van de tegenstander mat te zetten. Wat dit inhoud leer je iets later. Laten we eerst maar eens naar het bord en de stukken gaan kijken.

Het schaakbord

het schaakbord
(1) het schaakbord

Het eerste dat je nodig hebt om te kunnen schaken is een bord. Je ziet een schaakbord in diagram (1), let even op dat het veld linksonder altijd een zwart veld is! Zoals je ziet is een schaakbord is 8 velden lang en 8 velden breed, in totaal dus 64 velden. Al die velden hebben een soort naam. In het diagram zie je rond het veld letters en cijfers staan. Elk veld heeft zo een letter en een cijfer. Het veld linksonder heet bijvoorbeeld a1, en het veld rechtsboven h8. De 4 velden in het midden van het bord waar de stukken(pionnen) op staan (d4, d5, e4 en e5) noemen we het centrum. Deze velden zijn belangrijk omdat daar vaak gestreden wordt. In het schaken noemen we een horizontale lijn (met de cijfers) een rij (dus bijvoorbeeld de 2e rij), en de verticale lijn (met de letters) een lijn (dus bijvoorbeeld de c-lijn). Een schuine lijn noemen we een diagonaal. Nu we iets van het bord weten gaan we eens naar de stukken kijken.

De stukken

Bij schaken heb je zes verschillende stukken allemaal met een unieke en belangrijke functie. Deze stukken kunnen bewegen naar een vrij veld, of stukken van de tegenstander slaan. Ze kunnen niet over andere stukken heenspringen (uitzondering is het paard). Ik zal nu vertellen hoe de verschillende stukken mogen lopen en slaan.

De koning

de koning
De koning

De koning mag één veld in alle richtingen(vooruit, achteruit, links, rechts en schuin) lopen en slaan. Er is wel iets bijzonders met de koning. De koning mag nooit aangevallen (aanvallen is als je de volgende beurt het stuk dat je aanvalt kan slaan) staan. Dus als een stuk van de tegenstander je koning aanvalt, dan moet je met je koning weglopen of een stuk tussen je koning en de aanvaller zetten zodat je koning niet meer aangevallen staat. Dit maakt de koning best een kwetsbaar stuk.

De dame

de dame
De dame

De dame (ook wel koningin) mag meerdere velden in alle richtingen lopen en slaan. Dit maakt de dame dus een erg sterk stuk. Je hebt er echter maar 1, dus wees er altijd zuinig op.

De toren

de toren
De toren

De toren mag meerdere velden vooruit, achteruit, links of rechts lopen en slaan. De toren mag dus alleen recht bewegen. Dit maakt de toren een sterk stuk, net iets sterker dan de loper en het paard die hier na komen.

De loper

de loper
De loper

De loper mag meerdere velden schuin bewegen en slaan. Hij loopt dus over diagonalen. Een loper die op een zwart veld staat zal dus altijd op een zwart veld blijven, hetzelfde geldt voor een loper op een wit veld.

Het paard

het paard
Het paard

Het paard is een interessant stuk. In tegenstelling tot andere stukken loopt hij niet, maar maakt hij een sprong. Hij kan dus over andere stukken heenspringen. Het paard springt altijd 1 veld recht en 1 veld schuin.

De pion

de pion
De pion

Pionnen kunnen alleen 1 stap vooruit bewegen. Hierop is 1 uitzondering: zoals je zometeen in de beginstelling zal zien beginnen de pionnen op de 2e (of voor zwart op de 7e) rij. De eerste keer dat je met de pion beweegt mag je ook 2 velden vooruit. Je kunt er dus voor kiezen je pion 1 veld vooruit te spelen naar de 3e rij, of 2 velden naar de 4e rij. Pionnen kunnen alleen schuin vooruit slaan. Ze kunnen dus enkel het veld links of rechts schuin voor hen slaan.

De waarde van de stukken

De stukken hebben allemaal een waarde die je hieronder in de tabel ziet. Onthoudt wel dat deze waarde relatief is. Je kunt je namelijk wel voorstellen dat een toren die in een hoek ingebouwd staat niet zo sterk is als een toren die heel actief staat.

Stuk Punten
Dame 9
Toren 5
Loper 3
Paard 3
Pion 1

Ik heb de koning niet in deze tabel staan. Wanneer je koning mat komt te staan heb je verloren, en je koning is dus eigenlijk oneindig veel waard. Wat mat inhoud leer je in niveau 2.

De beginstelling

de beginstelling
(2) de beginstelling

Bij schaken begin je altijd met dezelfde opstelling die je ziet in diagram (2). Je begint dus met 8 pionnen, 2 torens, 2 lopers, 2 paarden, een dame en een koning. Let nog even op dat het veld linksonder altijd een zwart veld is. Je ziet dat de stukken van zwart precies tegenovergesteld staan aan die van wit. Waar je nog even op moet letten zijn de positie van de koning en de dame. Een manier om deze goed te onthouden is te zeggen dat de dame altijd haar eigen kleur kiest. De witte dame begint dus op een wit veld en de zwarte dame op een zwart veld.

Tijd voor een voorbeeldje!

We kennen nu de belangrijkste basis-regels, tijd dus om een voorbeeld te bekijken van een spelletje schaak. Ga in het menu naar de voorbeelden en selecteer voorbeeld 1. Als u die partij heeft doorlopen en alles hebt gesnapt, ga dan verder met niveau 2.