Niveau 3
Tactiek
We kennen inmiddels de regels van het schaken en kunnen noteren. Je kan nu dus schaken. Tijd om te leren hoe je kunt winnen met schaken. Even terug naar het doel van schaken: de tegenstander schaakmat zetten. De meest voorkomende manier om dit te bereiken is door meer (of betere) stukken over te houden dan je tegenstander. Als je aan het einde van de rit (sterkere) stukken over hebt kan je deze gebruiken om de tegenstander mat te zetten. We willen dus gaan proberen stukken van de tegenstander te winnen, of jouw stukken te ruilen voor sterkere stukkken van de tegenstander. Een beginnende schaker zal misschien zo een stuk weggeven, maar dit zal een ervarener schaker (bijna) nooit overkomen. We hebben daarom betere manieren nodig om stukken te winnen. Deze manieren behandelen we hier.
Dubbele aanval

(1) dubbele aanval
De naam zegt het al, het is een simpel idee: Jouw stuk valt 2 stukken aan van de tegenstander. Het kan zijn dat jouw stuk 2 stukken aanvalt die meer waard zijn: bijvoorbeeld een pion die een paard en loper aanvalt, of een paard die een koning en een toren aanvalt. Het maakt dan niet uit of die stukken verdedigd zijn, je geeft jouw stuk dan gewoon voor een stuk dat meer waard is. Het kan ook zijn dat je met een stuk 2 stukken aanvalt die onverdedigd staan. De tegenstander kan dan 1 stuk weghalen of verdedigen en verliest het andere stuk. Let wel op dat je tegenstander niet met 1 zet beide stukken kan verdedigen, of door het ene stuk weg te zetten de andere kan verdedigen. Diagram 1 maakt hopelijk alles duidelijk. Wit kan met Dh5 de toren en loper aanvallen. Dit is echter niet goed omdat Td5 of Te8 de loper dekt. Een beter plan voor wit is dus: 1. c4! De loper en het paard staan nu aangevallen. Zwart kan nog wel 1 .. Pa3+ met schaak geven, maar na 2. Kb2 staan er nog steeds 2 stukken aangevallen. Een andere optie voor zwart is na 1.c4 Le4, maar 2. d3 strooit roet in het eten, er staan nog steeds 2 stukken aangevallen waarvan wit er 1 zal winnen.
Zoals je ziet komt er bij het winnen van een stuk nog wel het een en ander kijken. Je moet dus goed nadenken en opletten, dat maakt schaken zo interessant.
Penning

(2) Penning
De penning is ook erg belangrijk en komt veel voor. Het leuke van een penning is dat deze soms onschuldig is en soms heel gevaarlijk. In het tweede diagram zie je gelijk een penning. De witte loper heeft het zwarte paard gepend. Deze kan niet weg omdat de koning dan schaak zou komen te staan. Zwart zal dus iets anders moeten doen, en verliest de volgende zet het paard. Wit wint hier het paard omdat zwart deze gewoon niet kan verdedigen. Als zwart het paard wel kon verdedigen was er misschien niet veel aan de hand. Hij zou dan eerst het paard verdedigen, dan weggaan met de koning, en de penning is voorbij.
Een gepend stuk moet je aanvallen

(3) Gepend stuk aanvallen
Een typische schaakuitdrukking. Hiermee wordt meestal bedoeld dat omdat dit gepende stuk toch niet wegkan, je hem kan aanvallen met een minder waardevol stuk. Omdat dit stuk niet weg kan, kan je de volgende zet jouw minder waardevolle stuk geven voor dat stuk. Je ziet dit in het derde diagram. Het zwarte paard staat gepend, maar wel 2 keer verdedigd. Wit kan hier echter toch winst maken door 1. e3. Zwart kan het paard niet weghalen en wit zal de volgende zet het paard pakken met de pion. Let wel op dat in de diagrammen alleen de relevante stukken staan getekend. Zwart zou namelijk 1. .. Df1 kunnen doen en het hele feest gaat niet door. Het gaat dus maar om het idee en het begrip van de penning.
Een gepend stuk is geen goede verdediger

(4) Geen goede verdediger
Het is vrij logisch. Het gepende stuk kan niet weg, dus het kan ook geen ander stuk verdedigen. Diagram 4 laat dit snel zien. Wederom staat het paard gepend, nu door de dame. Het paard verdedigt de toren wel, maar omdat deze gepend staat, heeft dit weinig nut. Wit doet simpelweg 1. Txd8 en wint de toren, het zwarte paard kan deze immers niet terugpakken.
Er zijn dus verschillende manieren om voordeel uit een penning te halen. Vaak zal je zelf moeten zoeken of je iets aan een penning hebt. Het komt regelmatig voor dat een gepend stuk geen probleem geeft, maar net zo vaak wordt een penning onderschat. Het kan dus een krachtig wapen zijn!
Aftrekaanval

(5) Aftrekaanval
Een aftrekaanval is een aanval op een vijandig stuk, door een van je stukken die achter een stuk staat waar je mee zet. Als je met het stuk waar mee je zet iets aanvalt, staan er dus 2 dingen aangevallen. Als hij dan het ene stuk weghaalt, win je de andere. In diagram (5) zie je een duidelijk voorbeeld: de toren valt de dame aan als de loper weggaat. In dit geval kan de loper slaan op h7 met schaak. De koning moet dan iets doen, bijvoorbeeld de loper op h7 slaan. Vervolgens pakt de toren de dame en wit staat gewonnen.
Röntchenaanval

(5) Röntchenaanval
Bij deze aanval val je een stuk aan, dat eigenlijk wel aan de kant moet gaan. Daarachter staat dan een stuk dat je kan winnen. Je kijkt dus als het ware "door" het stuk heen, naar het stuk dat je daarachter gaat winnen, vandaar de naam ook. In het diagram (6) is dit simpel verbeeld. Wit geeft schaak met een van de torens op d1. De koning moet opzij, en wit pakt de dame.