Niveau 4
Basisprincipes van de opening
Je begint bij schaken altijd in dezelfde beginstelling, je kan dus een manier gaan bedenken hoe je in die beginstelling zo snel mogelijk je stukken goed neer kan gaan zetten, zodat je daarna kan gaan werken aan een aanval. Hoewel niet alle openingen hieraan voldoen, zijn er drie basisprincipes die slim zijn om te volgen:
- Zet een pion in het centrum
- Stuur je stukken het veld in
- Breng je koning in veiligheid
Opening afmaken
Soms is het verleidelijk als je pas een paar stukken hebt ontwikkeld om aan te gaan vallen. Doe dit niet te snel, want vaak zal blijken dat je niet genoeg stukken hebt om in de aanval te betrekken, waardoor hij niet doorzet, en meestal de tegenstander de aanval over kan nemen. Het kan daarom vaak beter zijn eerst de opening af te maken. Hier onder wordt verstaan:
- Alle paarden en lopers een nuttig (actief) veld geven waar ze iets doen (een stuk aanvallen of pennen, kijken naar belangrijke velden, andere stukken dekken etc)
- De dame in het spel brengen. Doe dit niet te vroeg, en zorg dat de dame veilig is en blijft.
- De torens verbinden (op de onderste rij). Dit houdt in dat ze elkaar dekken. Ze kunnen zo over de onderste rij heen en weer en je stelling ondersteunen. Later kan je kiezen ze te verdubbelen op een belanrijke lijn. Dit houdt in ze allebei op 1 lijn te zetten en zo veel invloed op die lijn uit te oefenen. Dit kan erg nuttig zijn in bijvoorbeeld een aanval.
Ontwikkelingsvoorsprong
Als je in de opening veel zetten doet die niet echt helpen met je ontwikkeling, bijvoorbeeld te veel pionzetten. Kan je een ontwikkelingsachterstand krijgen. Je tegenstander heeft dan uiteraard een voorsprong. Hij heeft zijn stukken al actiever gemaakt dan jij, en hij zal dus eerder klaar zijn met ontwikkelen, waardoor hij sneller kan gaan aanvallen, terwijl jij nog verder moet ontwikkelen. Je moet dus proberen niet te ver achter te gaan lopen in de ontwikkeling, of als het kan zelfs voor te lopen.
Tempo's
De mate van ontwikkeling wordt meestal uitgedrukt in tempo's. Normaal is dat 1 ontwikkeld stuk 1 tempo waard is. Om je ontwikkelingsvoorsprong te tellen kan je dus het aantal stukken dat jij hebt ontwikkeld tellen, en ook die van je tegenstander, en het verschil is dan je voorsprong of achterstand. Soms is een stuk dat nog op zijn begin plek staat echter toch ontwikkeld, als hij al een belangrijke functie heeft. Het is dus niet altijd duidelijk hoeveel tempos je voor staat. Een andere methode om ontwikkelingsvoorsprong uit te drukken in tempo's kan zijn hoeveel zetten je nog moet doen om je torens te verbinden. Als je torens zijn verbonden ben je meestal gerocheerd en zijn al je stukken ontwikkeld, dus dit is ook een handige methode.
Voorsprong door stukken die slecht staan.
Soms is je stuk wel van de achterste rij af, en je kan dus zeggen dat hij ontwikkeld is, maar staat hij op een veld waar hij niet echt een functie heeft. Dan moet je dus nog een zet doen om het stuk een soort van functie te geven door hem naar een beter veld te zetten. Daarom moet je proberen je stukken zo te ontwikkelen dat ze gelijk een functie hebben en dat je tegenstander niet een zet kan doen waardoor die functie wegvalt. Je moet dus goed nadenken bij het ontwikkelen van je stukken. Dit leer je vanzelf door veel te spelen en je wordt hier steeds beter in. Ook andere technieken waardoor je kan proberen wat ontwikkelingsvoorsprong te krijgen zal je vanzelf leren en zal ik hier niet noemen.
Strategie bij ontwikkelingsvoorsprong
Ik wil je wel vertellen wat je kan doen als je echt een ontwikkelingsvoorsprong hebt. Eerst moet je een onderscheid maken tussen een open stelling en een gesloten stelling. Bij een open stelling zijn meestal de d en e pionnen van het bord af. Bij gesloten stellingen staan ze meestal nog op het bord. Je hebt ook iets ertussen in, en dat noem je dan half-open. Hoe opener de stelling is, hoe meer je aan een ontwikkelingsvoorsprong hebt. Je hebt namelijk al meer stukken ontwikkeld, en je wil dus al gaan aanvallen. Je kan dit gaan doen bij ongeveer 2 of 3 tempo's voorsprong. Je moet tijdens het aanvallen wel proberen te zorgen dat je je voorsprong niet kwijt raakt. Dus probeer te zorgen dat je tegenstander niet kan ontwikkelen terwijl jij aanvalt, en probeer zelf nog meer stukken te ontwikkelen en in je aanval te gebruiken. In gesloten stellingen heb je meestal minder aan een voorsprong, omdat je niet zo snel kan aanvallen. Je moet dus inschatten of je iets kan aanvallen, of de stelling open kan maken. Als dat niet kan, kan je beter gewoon verder ontwikkelen en als je helemaal klaar ben met ontwikkelen een plan gaan zoeken.